Microstudie Hulsel
Boerderij van Theo Roest



Microstudie Hulsel, een gesprek met Theo Roest

Onderstaand interview is onderdeel van een serie van drie interviews met drie agrarische ondernemers uit Hulsel (reconstructiegebied Beerze-Reusel) zijn representatief voor de lotgevallen van de gehele boerenstand in Brabantse reconstructiegebieden. Om hun verhaal te illustreren zijn hun erf en opstallen nauwkeurig gefotografeerd.

Aan de wand hangt een luchtfoto van zijn bedrijf, daterend van het begin van de jaren negentig.
Al drie generaties is de familie Roest actief in dit bedrijf, dat in de jaren twintig startte met 5 à 6 ha grond. Voor het bouwen van een boerderij bestond een regeling met renteloos voorschot. Vóór de oorlog werd er wat grond bij gekocht, o.a. van de gemeente uit de ontginning. De belangrijkste gewassen die werden geteeld waren graan, wat aardappelen, voederbieten voor de koeien en maximaal een halve ha mangelwortelen. Vader Roest was de eerste in Hulsel met een tractor (16 pk; 1939). Die werd ook gebruikt voor de dorskast, die door drie boeren gezamenlijk werd benut in het najaar voor het dorsen (dat werd niet onderling doorberekend). De toenemende ‘power’ van de tractor ging van 30 via 60 (1970) naar 80 pk thans. Door mechanisering wordt veel werk uitbesteed aan loonbedrijven. Theo Roest trouwde in 1956. Na zijn huwelijk hield de familie Roest 1000 kippen. Het onderdak van de dieren bestond uit stenen muren van een halve meter hoogte, de rest van de wanden was uit hout opgetrokken. Roest leverde de eieren af in het centrum van Hulsel waar ze werden geveild. Ze werden aangeleverd in kisten in vijf lagen (totaal 500 eieren).

Toen Roest de boerderij overnam had hij 7 koeien, in 1966 10. Rond 1961 beschikte hij over een huis plus voorstal/melkstal. De omslag vond plaats in 1972, ten tijde van de ruilverkaveling, toen zijn bestaande stal met 10 meter werd vergroot en hij 52 stuks (thans 50) kon onderbrengen. Om de koeien te voederen werd op afgelegen weilanden gras gehooid.
In het jaar van de Superheffing (1984) kromp het bedrijf aanvankelijk, maar door aankoop van melk- en mestquota werden de groeimogelijkheden vergroot. De melkgift van koeien is enorm toegenomen (van 4000 naar 9000 liter per koe, de lactatieperiode inbegrepen: één maal per jaar kalft de koe en staat 6 à 8 weken droog). De koeien bleken geschikt voor specialisatie omdat eerst de coöperaties (later de Campina) een vaste melkprijs garandeerden. Voor het dierenwelzijn waren geen verbouwingen nodig.
Roest maakte in de jaren tachtig nog een slag met zeugen. Hij begon ooit met één stuks, maar in 1980 bouwde hij een gestandaardiseerde stal voor 100 zeugen. Roest had de varkens al weggedaan voordat de ziektes uitbraken. Hij mocht ze niet meer aan de ketting houden en de ligboxen moesten groter. Hij kon gebruik maken gebruik van een ‘opruimregeling’.
De belangenbehartiging van de boeren, zoals de productiewijze, de wijze van oogsten en het regelen van de afzet, werd aangestuurd door Coöperatieve verenigingen en Voorlichting.

In de jaren zeventig kwamen in steeds grotere getale stedelingen naar Noord-Brabant, waarna er een ‘stankervaring’ optrad. Voor de agrariër was het werken in de potstal of in de moderne grup de gewoonste zaak van de wereld. Toch veranderde er in de jaren na de ruilverkaveling wel het een en ander. Vooral de grote aantallen en de uitgekiende voederwijze zorgden voor penetrante stank, b.v. het uitrijden van de mest op het land (die destijds weken bleef liggen; dat gebeurt thans niet meer), varkenslucht blijft langer hangen.Volgens Roest ogen varkensboeren wit omdat ze erg veel binnen zitten (o.a. in de ammoniaklucht), andere boeren rood, omdat ze veel buiten zijn.
De ruilverkaveling werd aangegrepen om een zeer fijn vertakt netwerk van verharde wegen aan te legen zodat de vrachtwagens tot in alle uithoeken op de bedrijven of op de percelen konden komen, bijvoorbeeld om de melktank leeg te halen of om de oogst van het land te halen. De pomp van de silo maakt geluid, machines lopen hele dag. Melk wordt ’s nachts opgehaald. Tijdens de maisoogst is er 13 dagen lawaai.

[11 november 2005]